Gezamenlijke dienstverlening op locatie van de gemeente

De dienstverlening van de overheid wordt steeds digitaler. Niet elke inwoner kan echter eenvoudig met deze beweging mee. Het stimuleren en ondersteunen van deze inwoners is belangrijk en vraagt om een gezamenlijke inspanning. In het Kloosterhoeveberaad werken gemeenten en uitvoeringsorganisaties samen voor een krachtiger uitvoering. Uit dit beraad is het initiatief voor de pilot ‘Gezamenlijke dienstverlening op locatie’ voortgekomen.

Doel van dit product

Bij deelnemende gemeenten aan de pilot ‘Gezamenlijke dienstverlening op locatie’ kunnen inwoners terecht met inhoudelijke complexe vragen die niet telefonisch of digitaal beantwoord kunnen worden.

Waarom

De pilot Gezamenlijke dienstverlening op locatie komt voort uit de pilot Gezamenlijke persoonlijke dienstverlening. Uit de evaluatie van die pilot bleek dat een deel van de problemen die burgers ervaren met digitale dienstverlening te relateren is aan de kloof tussen overheid en burger. De problemen zijn niet altijd direct terug te voeren op een gebrek aan digivaardigheid van de burger. Uit de evaluatie kwam onder andere de aanbeveling om hulpstructuren in te zetten voor die inwoners die niet in staat zijn om zelfstandig digitale diensten van de overheid af te nemen. De pilot gezamenlijke dienstverlening op locatie is een uitwerking daarvan.

Met deze pilot bieden CAK, DUO, SVB, Juridisch loket en UWV persoonlijke dienstverlening via een loket aan. Dit gebeurt aan de balies van verschillende pilotgemeenten. Hier kunnen inwoners terecht met inhoudelijke complexe vragen die telefonisch of digitaal niet beantwoord kunnen worden. Klanten die liever persoonlijk geholpen worden, digitaal niet vaardig zijn of problemen hebben op meerdere vlakken kunnen aan deze balies terecht. Zo wordt dienstverlening passend: persoonlijk, in de buurt en op één plek.

Aanvullende informatie

De pilot is in het voorjaar van 2018 gestart in de gemeenten Amsterdam, Breda, Enschede, Leeuwarden en Maastricht voor een periode van minimaal vier maanden. Gedurende deze maanden is gemonitord wat de resultaten van de samenwerking zijn. Ook is gekeken of de nieuwe manier van samenwerken moet worden bijgesteld en of meer gemeenten of uitvoeringsorganisaties aansluiten.