Wet wijziging Woonplaatsbeginsel wordt een jaar uitgesteld

Wet wijziging Woonplaatsbeginsel wordt een jaar uitgesteld

De coronacrisis heeft veel impact op de werkzaamheden van gemeenten en zorgaanbieders. Daarom werd gekeken of een zorgvuldige implementatie van het woonplaatsbeginsel in deze omstandigheden per 2021 nog haalbaar en realistisch is. Na zorgvuldige afweging is besloten dat de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet wordt uitgesteld naar 1 januari 2022. Vanochtend is de Tweede Kamer hierover geïnformeerd. (Pag. 43)

Om twee redenen wordt de wijziging van het woonplaatsbeginsel later ingevoerd:

  • De invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel behoeft eenmalig uitzoekwerk van gemeenten en jeugdhulpaanbieders om na te gaan voor welke jeugdigen de financieel verantwoordelijke gemeente wijzigt aan de hand van het nieuwe woonplaatsbeginsel. De coronacrisis vergt nu echter veel tijd en werk van gemeenten en jeugdhulpaanbieders om de continuïteit van zorg te waarborgen. Hierdoor ontstaan risico’s voor een zorgvuldige invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Uitstel naar 1 januari 2022 geeft gemeenten en aanbieders meer tijd.
  • De invoering van de aangepaste objectieve verdeelmodellen in het gemeentefonds is door het ministerie van BZK uitgesteld tot 1 januari 2022. Hierdoor kan komend jaar het budget voor voogdij en 18+ nog niet objectief worden verdeeld. Wanneer de wijziging van het woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022 wordt ingevoerd, houden beide wijzigingen gelijke tred.

Om ook volgend jaar een eerlijke verdeling van de voogdijgelden onder gemeenten te waarborgen, wordt de huidige compensatieregeling met een jaar verlengd.

Vervolg

VWS en VNG zullen op korte termijn een expertmeeting met gemeenten, zorgaanbieders en softwareleveranciers organiseren waarin samen wordt gekeken naar een nieuw tijdpad voor de invoering van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. Zodra dat nieuwe tijdpad er is, wordt u daarover geïnformeerd via de community Woonplaatsbeginsel.