Smart society

Sensordata in de digitale samenleving

Om een zorgvuldige ethische afwegingen te maken en alle bewoners voldoende te betrekken bij de digitalisering van de samenleving werkt de VNG aan een set van Principes voor de digitale samenleving. Daar stemt u, als gemeente, voor tijdens de aankomende Buitengewone Algemene Ledenvergadering op 29 november 2019.

Het Rathenau Instituut onderzoekt op verzoek van de Nationale Politie hoe burgers aankijken tegen het gebruik van sensordata om leefbaarheid en veiligheid te verbeteren. 

Burgers verwachten en accepteren dat de politie sensoren gebruikt. Denk bij sensoren bijvoorbeeld aan ANPR-camera’s of de bodycam- op drukke, openbare plaatsen en in onveilige situaties. Kritischer zijn burgers over het gebruik in veilige situaties en minder publiek toegankelijke ruimtes, zoals hun thuisomgeving. De inzet van sensoren moet bovendien transparant gebeuren en het vertrouwen tussen politie en burgers bevorderen. Dit blijkt uit een onderzoek dat het Rathenau Instituut deed op verzoek van de politie.

Het gebruik van sensoren is de afgelopen jaren sterk gestegen: camera’s in uitgaansgebieden, parkeergarages die kentekens vastleggen bij in- en uitrijden, een lantaarnpaal die aangaat als het mistig of donker wordt. Nederlandse burgers en bedrijven hebben naar schatting 1,5 miljoen beveiligingscamera’s. Ook politie en gemeenten zetten steeds vaker sensoren in om de leefbaarheid en veiligheid op straat te vergroten. Sensordata bieden veel kansen voor effectieve opsporing en handhaving. Zo kan kentekenherkenning met ANPR-camera’s bijvoorbeeld helpen bij het opsporen van gestolen of vermiste voertuigen.

Zorgvuldig

Het gebruik van sensoren roept ethische en maatschappelijke vragen op. “We willen graag weten wat de verwachtingen en grenzen van de burger zijn”, zegt Theo van der Plas, programmadirecteur Digitalisering & Cybercrime. “In welke situaties verwachten zij dat wij sensoren gebruiken en wanneer is er aarzeling? Scherper inzicht helpt ons sensoren zorgvuldig in te zetten. De uitkomsten van het onderzoek geven richting aan de manier waarop we sensoren toepassen in het politiewerk. Daar zijn we blij mee. We gaan er bij het ontwikkelen van nieuwe toepassingen nadrukkelijk rekening mee houden. Belangrijk is dat de burgers in dit onderzoek aangeven vertrouwen te hebben in verantwoord gebruik van sensoren door de politie.”

Opsporen

Uit het onderzoek blijkt dat burgers genuanceerd denken over het gebruik van sensoren voor het bevorderen van veiligheid. Zij verwachten dat de politie mee gaat met technologische ontwikkelingen op dit gebied.

Vrijwel alle deelnemers vinden het goed dat de politie voor het opsporen van verdachten achteraf camerabeelden van bedrijven bekijkt. Dit geldt ook voor inzet van burgercamera’s bij opsporingsonderzoeken. Deelnemers zien snellere opsporing van verdachten als voordeel en zijn ook van mening dat camera’s preventief kunnen werken. Dit neemt niet weg dat belangen van politie en burger soms uiteenlopen. Theo: “Dat is onontkoombaar. We moeten daarom met de burger in gesprek blijven.”

Uitleggen

De inzet van sensoren moet duidelijk uitlegbaar zijn aan de samenleving. De politie moet open en transparant communiceren over waarom, waar, wanneer en hoe de sensoren worden ingezet. “Van tevoren weten we niet altijd zeker of we de sensoren juist inzetten. Mensen mogen verwachten dat we dat gebruik snel evalueren en, als het nodig is, aanpassen. Dat is essentieel om het vertrouwen te behouden.”

Spelregels

De spelregels die het Rathenau-onderzoek oplevert zijn toegespitst op de politie. Het onderzoek laat zien dat burgers deze spelregels ook belangrijk vinden voor andere overheden, bedrijven en medeburgers. De spelregels op een rijtje:

  1. Bij de inzet van sensoren dient de politie zo te handelen dat het vertrouwen wekt bij burgers.
  2. Burgers willen graag helder en transparant geïnformeerd worden over de inzet van sensoren.
  3. Privacy-by-design moet worden toegepast bij de inzet van sensoren.
  4. De inzet van sensoren mag niet ten koste gaan van de aanwezigheid van en contact met politieagenten.
  5. Het innovatievermogen van de politie moet op orde zijn en de inzet van sensoren moet effectief gebeuren.
  6. De inzet van sensoren mag niet leiden tot discriminatie.
  7. Om de persoonlijke vrijheid te waarborgen is het belangrijk om de inzet van sensoren voor veiligheidsdoeleinden te beperken tot onveilige situaties en drukke publieke ruimtes.
  8. Bovengenoemde spelregels gelden ook voor de samenwerking van de politie met andere partijen.

Het hele rapport en ook de twee tussentijdse artikelen die tijdens de onderzoeksperiode zijn gepubliceerd, kunt u lezen bij Rathenau.