Objectenregistratie

Gemeenten werken samen aan objectenregistratie

Gemeenten willen tempo maken met de verdere doorontwikkeling van een aantal geo-basisregistraties tot een samenhangende objectenregistratie. Dit was de conclusie van een goed bezochte bijeenkomst op 30 oktober jl.. over de samenhangende objectenregistratie; één centraal georganiseerde uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid.

Ruim 40 managers en medewerkers van gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden namen deel aan deze bijeenkomst in Amersfoort. Doel: het gezamenlijk verder uitwerken van de beelden die gemeenten hebben bij een samenhangende objectenregistratie. De sessie werd geopend door Joop Polfliet, manager basisinformatie van de gemeente Rotterdam. Hij riep de aanwezige gemeenten op om gezamenlijk de schouders onder dit traject te zetten. Gemeenten zijn zowel bronhouder als gebruiker van geo-basisregistraties en hebben dan ook veel belang bij een goede doorontwikkeling van deze registraties. Op basis van een gezamenlijke visie kunnen gemeenten bovendien invloed uitoefenen op het door het ministerie van BZK opgestarte programma Doorontwikkeling in Samenhang (DIS).

Voorlopige uitgangspunten

In een sessie die werd geleid door Margot Quist (gemeente Gouda) stonden de deelnemers stil bij een aantal voorlopige uitgangspunten voor de objectenregistratie. Gemeenten bleken de hoogste prioriteit te geven aan het realiseren van het integrale karakter van de inwinnings- en bijhoudingsprocessen. Dubbele activiteiten moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Hierbij is nog veel efficiëntiewinst te behalen. Ook bleek er weinig discussie over de vraag of we uiteindelijk naar een driedimensionale (3D) registratie toegroeien. Wel moeten we goed nadenken over de wijze waarop en het tempo waarin dat gebeurt. Bied vooral ruimte aan de voorlopers! Tenslotte werd aandacht gevraagd voor een goed evenwicht tussen het ingaan op aanvullende eisen van gebruikers en de bijhoudingsinspanning die daarmee gemoeid is. Een open gesprek over de consequenties daarvan moet mogelijk zijn.

Rollen objectenregistratie

Robert Koster (gemeente Den Haag) leidde de deelnemers langs een aantal stellingen over de rol(len) van gemeenten bij een objectenregistratie. Daarbij werd duidelijk dat integrale inwinning geen utopie is. Daar is wel een cultuur-/organisatieverandering voor nodig bij gemeenten. En dat kost de nodige tijd. Specialistische kennis blijft nodig, maar het wordt steeds belangrijker de inwinning integraal te organiseren. Ten aanzien van de rol van gemeenten bij het technisch beheren van de registratie en het ontwikkelen van verstrekkingsproducten liepen de meningen uiteen. Het Kadaster zou daarin een rol kunnen spelen, maar dat is voor een aantal gemeenten zeker geen uitgemaakte zaak. Het is daarom belangrijk om als volgende stap de begrenzing van de objectenregistratie verder uit te werken.

Wat behoort wel tot de registratie en wat niet?

Vernieuwde bijhoudingsprocessen Timo Erinkveld (gemeente Rotterdam) haalt uit de levendige discussie over vernieuwde bijhoudingsprocessen twee 'rode draden': techniek en mens. In de bijhouding van de objectenregistratie moeten we veel meer gebruik gaan maken van nieuwe technische mogelijkheden en bronnen om informatie over objecten te verzamelen en bij te houden. Denk aan satellietbeelden, 3D digitale ontwerpmodellen uit de 'bouwwereld', sensordata, signalen uit gebruikersprocessen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie en regie op gegevens door inwoners en bedrijven zelf. Tegelijkertijd zullen deze nieuwe technische mogelijkheden en bronnen van grote invloed zijn op de manier waarop gemeenten hun werk uitvoeren. Het werk krijgt een ander karakter: minder inwinning, meer regie en activiteiten gericht op controle en validatie van input uit verschillende bronnen. Traditionele criteria als nauwkeurigheid en precisie kunnen dan zomaar eens minder belangrijk worden dan actualiteit en tijdigheid van gegevens.

Vervolgstappen

In het afsluitende gedeelte van de bijeenkomst werd geconcludeerd dat er een aantal belangrijke aandachtspunten is voor de vervolgstappen. In de eerste plaats moeten de gebruikers nog meer dan nu het geval is worden betrokken. De registraties zijn voor hen en zij zullen dan ook moeten aangeven waaraan behoefte is. Op termijn zullen ook de leveranciers betrokken worden. Verder is het belangrijk dat gemeenten zelf de regie nemen, meer de rol van opdrachtgever gaan vervullen en zorgdragen voor commitment binnen de organisatie voor de objectenregistratie. Veel verbeteringen kunnen door gemeenten al worden doorgevoerd binnen de huidige kaders, waarbij veel te leren valt van beschikbare resultaten en praktijkervaringen van collega-gemeenten. Naast beelden over de toekomstige objectenregistratie is het belangrijk in de gaten te blijven houden dat 'de winkel open blijft'. Naast een gefaseerde voorbereiding op deze nieuwe mogelijkheden, moet vooral de kwaliteit van de gegevens in de huidige registraties gegarandeerd blijven. Joop Polfliet, Janneke de Zwaan (VNG) en Marcel Rietdijk (VNG Realisatie) nemen dit mee bij het samen met gemeenten verder uitwerken van de vervolgstappen. Joop Polfliet besluit de bijeenkomst met de conclusie dat gemeenten redelijk eensgezind zijn en dat we vanuit die kracht samen verder de beelden moeten gaan uitwerken.

Bent u nog niet aangehaakt op dit traject (bijvoorbeeld via het Gemeentelijk Geo-Beraad) maar wilt u dat wel? Neemt u dan contact op met Marcel Rietdijk via marcel.rietdijk@vng.nl.