Objectenregistratie

Gemeenten werken verder aan objectenregistratie

Gemeenten hebben gezamenlijk weer een aantal stappen gezet in de verdere uitwerking van de samenhangende objectenregistratie. Dat gebeurde tijdens een gemeentelijke bijeenkomst op 12 maart in de Social Impact Factory in Utrecht. Hierbij zijn de gemeentelijke beelden over onder meer de gevolgen voor medewerkers en de verdere invulling van bijhoudingsprocessen verder aangescherpt.

Bijna 60 managers en medewerkers van gemeenten en gemeentelijke samenwerkingsverbanden namen deel aan de tweede bijeenkomst, een vervolg op een eerste bijeenkomst in Amersfoort eind 2018. Astrid Elemans (afdelingsmanager Geo-informatie en Erfpachtbedrijf van de gemeente Den Haag) benadrukte het belang van zowel “samen” als “werken” in het woord samenwerken. Belangrijk is daarbij om jezelf in te leven in de wereld van de ander. Maar ook het vertrouwen durven te hebben in die ander. Alleen dan kom je verder.

Marcel Rietdijk (VNG Realisatie) presenteerde de stand van zaken rondom de samenhangende objectenregistratie. In het interbestuurlijk traject beginnen de activiteiten binnen “Doorontwikkeling in samenhang (DiS GEO)” op gang te komen. Zo zijn eerste concepten van ontwerp uitgangspunten en een concept beleidsvisie opgesteld. In het gemeentelijk spoor is er intussen een “programmaplan” voor de gemeentelijke activiteiten in 2019 opgesteld. Ook heeft een aantal (gemeentelijke) werkgroepjes enkele onderwerpen verder uitgewerkt.

Nieuwe vormen van bronhouderschap

Onder leiding van Patrick Koek (gemeente Rotterdam) werden discussies gevoerd over de voor en tegens van drie verschillende (nieuwe) vormen van bronhouderschap voor een objectenregistratie. Hierbij bleken twee belangrijke aandachtspunten telkens terug te komen.

Het eerste aandachtspunt is het neerleggen van de verantwoordelijkheid voor de bijhouding, daar waar deze het dichtste aansluit op de bijbehorende werkprocessen. Een variant met meerdere bronhouders sluit daar het beste op aan.

Een tweede aandachtspunt is de wijze waarop je regie kunt voeren over de bijhouding van een objectenregistratie. Een vraagstuk dat vooral relevant is als er sprake is van varianten waarbij bronhouders ondersteund worden door medebronhouders of gegevensleveranciers. De sessie leverde verschillende argumenten op die kunnen worden gebruikt in de verdere beeldvorming over mogelijke invullingen van het bronhouderschap.

Nieuwe inwintechnieken

Taeke van der Laan (gemeente Súdwest-Fryslân) vertelt aan de hand van een “praatplaat” over nieuwe technieken voor inwinning van objectgegevens. Deze zijn beoordeeld op relevantie, toepasbaarheid op korte en lange termijn en bruikbaarheid in de verschillende fasen van de levenscyclus van objecten. Het toekomstige bijhoudingsproces blijkt daarbij het beste te kunnen worden ondersteund door een slimme combinatie van verschillende technieken (variërend van de inzet van laagdrempelige “handheld” inwinfunctionaliteit voor handhavers tot het putten uit allerlei (open) databronnen buiten de gemeente). Hierbij wordt er op korte termijn vooral veel verwacht van de combinatie van satellietbeelden (hoge actualiteit) en Lidar puntenwolken (steeds meer aanbod en laagdrempelig beschikbaar) voor mutatiesignalering en inwinning van objectgegevens.

De inzet van deze nieuwe technieken leidt tot een geleidelijke verschuiving van werkzaamheden van buiten naar binnen. Intelligente objectherkenning (bijvoorbeeld op basis van machine learning) is daarbij een kansrijke ontwikkeling die goed in de gaten moet worden gehouden.

Betekenis voor medewerkers

Robert Koster (gemeente Den Haag) liet de deelnemers input leveren voor de betekenis van deze ontwikkeling voor medewerkers. Een eerste element daarbij is de vraag wat belangrijke kernelementen zijn in het profiel van een medewerker die zich met een objectenregistratie gaat bezighouden (de objectregistrator). Gezamenlijk wordt geconcludeerd dat een objectregistrator in staat moet zijn tot regievoeren, ketendenken, innoveren en samenwerken vanuit een open houding.

Gemeenten kunnen daarbij vandaag al beginnen met het vormgeven van deze rol van “objectregistrator”. Bijvoorbeeld door aan te sluiten op bestaande initiatieven van anderen of wellicht zelfs samen met andere gemeenten een pilot voor een bepaald onderwerp op te starten. Bij het werven van nieuwe medewerkers kan alvast rekening worden gehouden met de ontwikkelingen rondom een objectenregistratie. Om invulling te kunnen geven aan deze rol wordt van anderen vooral gevraagd om (tijdig) noodzakelijke objectgegevens aan te leveren. Andere genoemde punten zijn onder meer het uiten van behoeften door gebruikers, helderen afspraken en definities, helderheid over de planning van landelijke trajecten en steun vanuit het management.

Vervolgstappen

In het afsluitende gedeelte van de bijeenkomst zette Janneke de Zwaan (VNG) de beelden die er vanuit het gemeentelijk programmaplan bestaan bij de invulling van de te zetten vervolgstappen uiteen. Deze stappen werden breed ondersteund. De aanwezigen geven aan dat het goed is om samen door te werken aan een verdere uitwerking van het eindbeeld. Daarbij is het belangrijk om aan bestuurders (middels een heldere visualisatie en aan de hand van concrete voorbeelden) nog begrijpelijker uit te leggen waarom deze ontwikkeling van essentieel belang is. Maar ook moeten we nog intensiever in gesprek gaan met de gebruikers: waar hebben zij behoefte aan. Het is de bedoeling dat gemeenten hiervoor een deeltraject gaan starten. 

De derde bijeenkomst vindt plaats op dinsdag 2 juli 2019. De gemeente Amersfoort heeft zich bereid verklaard om hierbij als gastgemeente op te treden. Gemeenten kunnen zich per mail aanmelden voor de volgende bijeenkomst.

Bent u nog niet betrokken bij dit traject (bijvoorbeeld via het Gemeentelijk Geo-Beraad) maar wilt u dat wel? Neemt u dan contact op met Marcel Rietdijk